Inhoud

Home
Het begrip Informatieruimte
De Van Rees schema's voor het tekenen van de plattegrond
Voorbeelden
Toepassingen
Ontwerppatronen voor informatieruimten
Evenementen
* 15 juni 2004: Update'04

VVV (in het engels FAQ)
Informatieruimte Forum

Ontwerppatronen voor informatieruimten

versie 0.1
Jaap van Rees, mei 2004

Deze pagina besteedt aandacht aan de kwaliteit van de inrichting van informatieruimten. Geheel in navolging van Christopher Alexander verzamelen we hier Ontwerppatronen ( design patterns ) zoals Christopher Alexander die voor de fysieke ruimte heeft geformuleerd in zijn boek A Pattern Language.
Hier volgt nu een eerste invulling. Het is allemaal nog erg ongeoordend en vooral nog veel op datasystemen gericht. Maar hopelijk een aanzet om tot mee denken te stimuleren. Ik houd mij aanbevolen voor aanvullingen, verbeteringen en discussies. Die laatste kunnen straks op het Forum plaatsvinden.
Zelf ga ik op zoek naar meer inzichten over de interne inrichting van een informatieruimte, op verschillende niveau's: van maatschappelijk (mijnoverheid.nl) tot mijn eigen ieplek. (Deze laatste term / schrijfwijze is geinspireerd door een van mijn favoriete schrijvers / dichters: Leo Vroman. Hij heeft het over iemels die hij ontvangt en verstuurt.)
Ik ga mijn eigen ieplek in kaart brengen en mij afvragen wat daar wel of niet goed aan is. En af en toe in de Pattern Language van Christopher Alexander bladeren op zoek naar inspiratie.

1.  Mensen hebben het recht als eerste de fouten, die zij bij het invullen van toonvensters hebben gemaakt, te signaleren en te corrigeren.

2.  Mensen die op grond van gegevens uit kijkvensters een beeld vormen over de werkelijkheid en daarover communiceren, moeten de mogelijkheid hebben om te controleren of dit beeld overeenkomt met het beeld dat zij zouden hebben gevormd indien zij zelf de betreffende werkelijkheid zouden hebben waargenomen.

3.  Indien mensen alleen via toon- en kijkvensters met elkaar communiceren, moeten zij in de gelegenheid worden gesteld om regelmatig ook non-verbale signalen uit te wisselen.

4.  Iemand die beslissingen neemt op basis van gegevens uit een kijkvenster, heeft het recht op informatie over de herkomst en de kwaliteit van deze gegevens (van welke toonvensters uit welke informatieruimten zijn die gegevens afkomstig en welke bewerkingen en controles hebben de datasystemen daaarop uitgevoerd ?).

5.  Indien wordt geconstateerd dat gegevens, die eerder in een toonvenster werden verstrekt en reeds in kijkvensters zijn getoond, onjuist zijn, dan moet er een mogelijkheid zijn om de mensen in de betrokken informatieruimten daarvan op de hoogte te stellen. Er mag niet van uit worden gegaan dat er nooit fouten worden gemaakt.

6.  Iemand die gebruikt maakt van toon- en kijkvensters en daarvoor datasystemen moet bedienen, moet beschikken over een adequaat model van de datasystemen, dat past bij de taken die moeten worden uitgevoerd.

7.  De kijk- en toonvensters moeten passen bij de cultuur van de organisatie. Dit betekent dat de normen en waarden met betrekking tot de kwaliteit en de aard van de gegevens, die in een toonvenster worden ingevoerd, overeen moeten komen met de normen en waarden die binnen de organisatie gelden.

8.  Het begrippenkader dat in de kijk- en toonvensters wordt gehanteerd, moet overeenkomen met het begrippenkader dat binnen de organisatie wordt gebruikt.

9.  Aangezien het niet mogelijk is de werkelijkheid objectief te beschrijven, hebben mensen, die gegevens vastleggen in een toonvenster, het recht te weten in welke kijkvensters en in welke informatieruimten die gegevens uiteindelijk worden gebruikt. Op deze manier kunnen mensen het vastleggen van de gegevens inhoudelijk en kwalitatief afstemmen op het doel.

10.  Bij het ontwerpen van dataystemen moet ervan uitgegaan worden dat de mens de rol van besturend orgaan heeft. De mens bestuurt de machine en niet andersom.

11.  Mensen hebben er recht op dat de meest voorkomende handelingen langs de kortst mogelijke weg kunnen worden uitgevoerd.

12.  Gegevens die ingevoerd zijn door mensen, die geen direct of indirect belang hebben bij de kwaliteit ervan, mogen niet verder verwerkt worden.

13.  Mensen mogen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de kwaliteit van gegevens uit een kijkvenster, indien deze afkomstig zijn van toonvensters die zijn ingevuld door andere mensen, die geen direct of indirect belang hebben bij de kwaliteit van de gegevens.

14.  Mensen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor gevolgen van handelingen, die zij hebben uitvoerd, indien deze gevolgen van te voren niet bekend of direct zichtbaar waren.

15.  Taken die zo zijn ontworpen, dat bij fouten geen herstel mogelijk is, moeten worden verboden.

16.  Het is verboden om de indruk te wekken dat het invullen van een toonvenster een bepaalde handeling (resultaat in een kijkvenster) tot gevolg zal hebben, terwijl die handeling niet wordt uitgevoerd.

17.  Iemand die gegevens vastlegt in een toonvenster mag niet voor onmogelijke keuzes worden gesteld. Als iemand geval C wil beschrijven en het toonvenster biedt alleen de mogelijkheid A en B, dan moet er een ontsnappingsmogelijkheid zijn.

18.  Personen die zich in een informatieruimte bevinden hebben recht op een overzicht van de kijk- en toonvensters waarover zij in die informatieruimte kunnen beschikken.

19.  Des te minder moeite een handeling kost, des te korter blijft het in ons geheugen: mensen hebben recht op het kunnen inzien van de historie van hun eigen handelingen en de daarbij ingevoerde gegevens.

GA NAAR AF Het begrip Informatieruimte De Van Rees schema's Voorbeelden Toepassingen Ontwerppatronen Evenementen VVV (in het engels FAQ) Informatieruimte Forum